Arm Brussel is armoede moe

Op 1 november 2013, over deze onderwerpen: Sint-Joost-Ten-Node

In Brussel ontbreekt een duidelijke visie inzake armoedebestrijding, stelt professor Economie Lieven Tack (N-VA). Het armoedebeleid kan volgens hem alleen maar wel varen bij een meer efficiënte inzet van de middelen, een grotere zichtbaarheid en bovenal een meer gerichte communicatie en politieke wil.

Grootsteden zoals Brussel oefenen een bijzondere aantrekkingskracht uit op mensen die op zoek zijn naar een goede job en betere leefomstandigheden. Dat is niet onlogisch, want uit cijfers van Eurostat blijkt dat grootsteden heel veel welvaart creëren. Zo is Brussel de op twee na rijkste regio van de Europese Unie. Onze hoofdstad is zelfs dubbel zo 'rijk' als de gemiddelde Europese regio en laat alleen Londen en Luxemburg voorgaan.

Armoede
En toch genieten steeds minder Brusselaars van die stijgende welvaart. De welvaartstatistieken steken immers schril af tegen de toenemende armoede waar Brussel onder gebukt gaat. Zo toont de welzijnsbarometer van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn aan dat een kwart van de Brusselaars moet rondkomen met een inkomen onder de armoedegrens. Verder ligt het aandeel Brusselaars dat van een OCMW-inkomen leeft, vijf keer hoger dan in Vlaanderen en is meer dan een kwart van de leefloongerechtigden tussen 18 en 24 jaar. Ook jongeren komen dus snel in aanraking met armoede. Meer nog, een op vier baby's wordt geboren in een gezin zonder arbeidsinkomen. En vooral in mijn eigen gemeente Sint-Joost-ten-Node is de armoede schrijnend. Sint-Joost is werkelijk in nood.

De armoede is in Brussel bovendien zeer zichtbaar. Vanaf de treinstations tot aan de Grote Markt liggen in de stad overal bedelaars en daklozen die slapen op karton en moeten overleven op voedselresten. Bij het passeren heb ik me dan ook al vaak de vraag gesteld hoe het komt dat de Brusselse armoede in stijgende lijn gaat ondanks de tientallen subsidies die elk jaar opnieuw worden vrijgemaakt. Het is een trieste paradox die me al jaren bezighoudt.

Politieke wil
Eerst en vooral: Ofschoon de politiek probeert de micro-symptomen te verzachten, wordt helaas niet tot de kern van de macro-oorzaken doorgedrongen. Vaak zijn de tientallen subsidies niet meer dan een doekje voor het bloeden en wordt onvoldoende ingezet op huisvesting, het activeren van arme mensen voor een job en goed onderwijs. Een klein voorbeeld spreekt boekdelen: liefst 17 procent van de Brusselse jongeren heeft bij aanvang van het eerste jaar secundair onderwijs al minstens twee jaar schoolachterstand en één op vijf verlaat het secundair onderwijs zonder diploma.

Bovendien ontbreekt het in Brussel aan een duidelijke visie inzake armoedebestrijding. Zo 'concentreert' het armoedebeleid zich op liefst 102 initiatieven en 19 doelstellingen. Daarnaast zijn ruim twintig adviesorganen en overlegplatformen, negentien burgemeesters en negentien OCMW's actief. Het armoederapport vermeldt een 'niet-exhaustieve lijst van taken' die de OCMW's moeten uitvoeren. De lijst omvat veertien taken, maar geen enkele taak is direct gerelateerd aan het op weg helpen van mensen naar een job.

Verder zijn er in Brussel vier koepelorganisaties actief die dezelfde doelstelling van armoedebestrijding nastreven: het Brussels Forum Armoedebestrijding, het Brussels Platform Armoede, het Netwerk tegen Armoede en het Belgisch Netwerk voor Armoedebestrijding. Een ander frappant voorbeeld betreft de Franse Gemeenschapscommissie, die liefst 66 verschillende verenigingen financiert in het kader van de strijd tegen schoolverzuim. En in het kader van sociale cohesie financiert ze zelfs 94 verenigingen voor allerlei projecten inzake alfabetisering. Even vermeldenswaardig is het feit dat ze ook 13 verschillende netwerken subsidieert in de gezondheidszorg. Dit maakt dat niemand nog een duidelijk zicht heeft op wie zich waarmee bezighoudt. En in sommige – maar gelukkig niet alle – gevallen 'verdwijnen' de subsidies in kleine verenigingen waarvan het niet duidelijk is of ze überhaupt iets met armoedebestrijding te maken hebben.

Ook de onwetendheid en de veel te beperkte zichtbaarheid, communicatie en toegang tot informatie over de bestaande maatregelen voor opvang en begeleiding belemmeren de uitrol van een armoedebeleid dat in de feiten resultaten boekt. Wie van de Brusselse portaalsite vertrekt, vindt nergens het thema 'armoede' en kan ook niet doorklikken naar een webstek met de bestaande maatregelen en contactgegevens.

Dit alles maakt dat er tegelijkertijd aanzienlijke lacunes en overlappingen ontstaan. Zo vermeldt het armoederapport dat "sommige doelgroepen alsnog niet in aanmerking komen, terwijl anderen kunnen rekenen op dubbele financiering." En het Brussels Observatorium gaat nog verder: "De hulpverlening aan mensen die in armoede leven, gebeurt nog te veel vanuit een sectorale visie." Maar meer dan een decennium later zijn hiertoe amper stappen gezet.

Tikkende tijdbom
Natuurlijk is dit geen betoog om caritatieve vzw's te beknotten. Integendeel, het zal vooral in het belang van de armen zelf zijn dat de subsidies goed worden besteed en dat ze effectief resulteren in een daling van het aantal mensen in armoede. Kortom, het armoedebeleid kan alleen maar wel varen bij een meer efficiënte inzet van de middelen, een grotere zichtbaarheid en bovenal een meer gerichte communicatie en politieke wil. Alleen op die manier kunnen daklozen en armen effectief van straat geholpen worden en kan Brussel echt uitgroeien tot een 'rijke' stad. Maar zolang de Brusselse politici dit weigeren in te zien en de hand niet aan de ploeg slaan, zal deze tikkende tijdbom eerder vroeg dan laat in het gezicht van elkeen ontploffen.

Lieven Tack,
Professor Economie
Voorzitter N-VA Sint-Joost-ten-Node

 © Brussel Deze Week

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is