Volgens Vanden Borre past dit in een bredere trend van een falend woonbeleid dat systematisch verkeerde keuzes maakt. “De Brusselse regering luistert niet naar experten en blijft ideologische recepten toepassen die nergens werken.” Hij verwijst daarbij naar het wintermoratorium op uithuiszettingen, dat ondanks waarschuwingen van vrederechters en deurwaarders toch wordt doorgeduwd. “Door een algemeen verbod op uithuiszettingen kunnen huurders tot anderhalf jaar in een woning blijven zonder één euro huur te betalen. De schulden lopen op, de situatie wordt complexer en uiteindelijk wordt het voor niemand opgelost.” Ook de kritiek van de Raad van State, die spreekt van “een buitensporige en niet te verantwoorden beperking van het eigendomsrecht”, wuift de regering volgens hem weg.
“Brussel kiest opnieuw voor een conflictmodel dat huurders en verhuurders tegenover elkaar zet. Maar een degelijk woonbeleid verzoent beide belangen. Door eigenaars telkens te demoniseren jaag je investeringen weg en maak je de situatie voor huurders net nog slechter.”
Vanden Borre benadrukt dat de Brusselse woningmarkt al zwaar onder druk staat, met 60.000 gezinnen op de wachtlijst voor een sociale woning en OCMW’s die de vraag naar begeleiding nauwelijks aankunnen. “Als je het aanbod op de private huurmarkt verder fnuikt, duw je duizenden gezinnen nog dieper in de problemen. We moeten net alles doen om investeringen aan te moedigen en het aanbod te vergroten.”
Volgens hem is een koerswijziging dringend nodig. “We hebben een realistisch en evenwichtig woonbeleid nodig dat huurders ondersteunt en investeerders niet afschrikt. Vandaag stellen we helaas het omgekeerde vast.”