Met het Noodplan voor Huisvesting kondigde staatssecretaris Nawal Ben Hamou (PS) in 2020 een doorbraak aan voor 15.000 gezinnen op de wachtlijst. Die doorbraak is er nooit gekomen. Sinds 2020 kwamen er amper 1.626 sociale woningen bij, terwijl het aantal gezinnen op de wachtlijst tussen 2018 en 2024 met bijna een derde steeg tot 60.419.
“De wachttijd is volledig ontspoord. Van gemiddeld 7 jaar in 2020 naar 18 jaar wachten op een sociale woning in 2024. In 2023 was dat nog 12 jaar. Dat is het resultaat van 35 jaar PS-beleid in Brussel.”
Tegelijk zijn de overheidsfinanciën zwaar ontspoord. De schuldgraad van het Brussels Gewest is de voorbije jaren geëxplodeerd tot 254 procent, mede door onverantwoord beleid in de huisvestingssector. “Er zijn jarenlang ongedekte cheques uitgeschreven voor sociale woningbouw, zonder dat de nodige vastleggingskredieten werden voorzien,” aldus Vanden Borre. “De inkomsten zijn niet gevolgd en vandaag zitten de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) en de openbare vastgoedmaatschappijen (OVM’s) met structurele en financiële problemen.”
Dat wanbeheer wordt bevestigd door het Rekenhof, dat de rekening van de BGHM voor 2024 afkeurde. Voor maar liefst 625,8 miljoen euro aan uitgaven voor de bouw van sociale woningen werden geen vastleggingskredieten ingeschreven in de begroting. Bovendien werd het Brussels Gewest recent door de rechtbank veroordeeld tot de uitbetaling van 66,5 miljoen euro voor de oplevering van 446 sociale woningen, nadat de BGHM, met steun van de staatssecretaris(!), het Gewest had gedagvaard. “Het Gewest heeft door stilzitten van de Brusselse regering de gevorderde bedragen of de opeisbaarheid ervan in de rechtbank zelfs niet betwist,” benadrukt Vanden Borre.
Dat de sociale huisvestingssector financieel slecht wordt beheerd, bleek al uit de spending review die in 2022 op vraag van de staatssecretaris werd uitgevoerd. De studie was duidelijk en wees onder meer op het gebrek aan strategische planning, het ontbreken van duidelijke investeringsprioriteiten, inefficiënt gebruik van publieke middelen en het falen om de wachtlijst in te korten. In deze studie doen de onderzoekers enkele aanbevelingen om tot een betere kostenbeheersing in de sociale huisvestingssector te komen. “Enerzijds door het aanbod aan sociale woningen te vergroten, via de aankoop van sleutelwoningen op de private markt, innovatieve technieken, het verlagen van de stedenbouwkundige lasten en een centralisatie van de bevoegdheden van de openbare vastgoedmaatschappijen (OVM). Wat dat laatste betreft wil N-VA veel verder gaan. In Vlaanderen is een fundamentele reorganisatie van het sociaal woonlandschap doorgevoerd: de OVM’s en sociale verhuurkantoren (SVK) werden gerationaliseerd tot woonmaatschappijen om zo een sterkere en performantere sector met een betere dienstverlening ten behoeve van de huurder te creëren. In Brussel blijven de gevestigde partijen echter elke reorganisatie van het woonlandschap blokkeren. N-VA wil in Brussel één performante hoofdstedelijke sociale woonmaatschappij met daarin de BGHM, Brussel Huisvesting, de 16 OVM’s en de 24 SVK’s. Het woonpatrimonium van de gemeenten en de OCMW’s hevelen we over. Anderzijds door een vermindering van de vraag, via een herziening van de inkomensdrempels, een verhoging van de sociale huurprijzen, een lagere eis op het vlak van het aantal kamers voor grote gezinnen en een meer dynamische uitstap uit de sociale huisvesting,” zegt Vanden Borre. “Helaas werd geen enkele aanbeveling omgezet in beleid. Alles werd gewoon verticaal geklasseerd.”
Ook bij de openbare vastgoedmaatschappijen lopen de schulden volledig uit de hand, veroorzaakt door de beperking van de huurgelden die zij van hun huurders kunnen claimen, waardoor het Gewest voor elke woning maandelijks honderden euro’s moet bijpassen. Volgens de spending review resulteert dit in een jaarlijkse betaling door het Gewest van een ‘Gewestelijke Solidariteitstoelage’ van 38 miljoen euro aan de OVM’s. In 2024 bedroeg hun totale schuld 2,2 miljard euro, een verdubbeling tegenover 2020 en een stijging met 57 procent tegenover 2023. “Ben Hamou heeft een sneeuwbaleffect gecreëerd,” stelt Vanden Borre. “De tekorten zullen door de toenemende verarming van de bevolking enkel blijven Gewestelijke Solidariteitstoelage toenemen, waardoor de financiële put enkel dieper wordt.”
Alsof dat nog niet volstaat, wordt ook de private huurmarkt steeds verder verstikt door overheidsingrepen zoals het wintermoratorium op uithuiszettingen, de paritaire huurcommissie en het huurprijzenrooster en het voorkooprecht voor huurders.
“Eigenaars worden gedemoniseerd, investeerders haken af, het aanbod daalt en de prijzen blijven stijgen,” besluit Vanden Borre. “Dit woonbeleid faalt op alle fronten. De rekening ligt vandaag bij de vele kleine verhuurders én huurders.”
Met het plan “Een dak voor Brussel” stelt N-VA daarom een onderbouwd alternatief voor het falende Brusselse woonbeleid voor. Voor de sociale huisvesting pleit N-VA voor een vereenvoudiging, met één performante hoofdstedelijke sociale woonmaatschappij, een realistische en transparante financiering en een hervorming van de sociale huurprijzen zodat de sector opnieuw financieel beheersbaar wordt. Daarnaast wil N-VA de wachtlijst actief verkleinen, niet alleen door bijkomend aanbod, maar ook door aangepaste inkomensdrempels, een betere doorstroming binnen de sociale huisvesting en een strenge aanpak van sociale fraude. Sociale huisvesting moet opnieuw een springplank worden, gekoppeld aan activering en een basiskennis van het Nederlands of het Frans, in functie van leefbaarheid, veiligheid en integratie.
Voor de private huurmarkt wil N-VA breken met het huidige conflictmodel dat huurders en verhuurders tegenover elkaar plaatst. De partij wil af van destabiliserende regulering die investeringen afremt, opnieuw inzetten op wooncreatie en renovatie en tegelijk leegstand, kraken en huisjesmelkerij kordaat aanpakken. Door het vertrouwen tussen huurder en verhuurder te herstellen en investeringen opnieuw mogelijk te maken, wil N-VA het aanbod vergroten en zo de druk op de huurprijzen verlagen.
“Wie vandaag vastzit op een wachtlijst of geconfronteerd wordt met torenhoge huurprijzen, heeft recht op een woonbeleid dat werkt,” besluit Vanden Borre. “Met deze motie en dit plan tonen wij dat een ander woonbeleid mogelijk is.”